Naast alle andere toetsen mag Nienke óók nog een rekentoets maken. Dus hallo staartdelingen, tafels en grote getallen die niet eens meer op je vingers passen. Zucht.

Wat!!!!!! Het is niet te geloven. %$^&^%$$&. Wat is dit! Nee!
Zo klonk het een paar weken geleden in onze klas. We moeten namelijk, naast alle andere toetsen in de toetsweek, een rekentoets doen. En alsof dat dan nog niet erg genoeg is, ook nog eindexamen in het vak rekenen. Dus zijn we maar hard aan het oefenen gegaan.
Tafels, dat was het eerste probleem. Toen kwamen die vervelende staartdelingen. Even later bleek het optellen en aftreken van grote getallen ook geen makkie meer te zijn. Dat past niet eens meer op je vingers. ‘telraampjes en rekenmachines zijn niet toegestaan’ wordt ons om de haverklap medegedeeld. ‘Kladblaadjes uiteraard wel’ Natuurlijk, dachten we, maar die geven het antwoord niet vanzelf.
Waarom? Dat is de vraag die bij ons allen door het hoofd spookt. Nou eigenlijk is het wel te begrijpen. In groep 7 had ik een meester die zonder rekenmachine onze sommen niet kon maken. Hij schreef er ’s ochtends een paar op, maakte ze in de pauze met de rekenmachine zelf, en gaf, lezend vanaf een blaadje, de antwoorden aan ons. Op een gegeven moment begonnen we te protesteren en kregen wij ook een rekenmachine. Daar is het waarschijnlijk misgegaan. Alleen ik ben niet de enige die niet in één keer 78889+6554 kan oplossen.
Onze wiskunde leraar begon toen maar eens met ons alles weer uitteleggen: ‘delen door een breuk is hetzelfde als vermenigvuldigen met het omgekeerde.’ Er ging een stilte door de klas. Er ging een wereld voor ons open. De wereld van getallen, vermenigvuldigingstekens en deelstrepen. Al snel hadden we alles door, nog nooit hadden we het zo goed begrepen.
Nu alleen maar hopen dat ik ‘naar behoren’ scoor, want anders staan er nog heel wat verplichte bijlessen na het 7e uur op mij te wachten.