Het klinkt als een sprookje. De Afghanen hebben geen voedsel, geen geld en geen kleding. Maar ondertussen slapen ze wel op een goudberg. Dat beweert de Amerikaanse regering. Of het de Afghanen ook een lang en gelukkig leven oplevert, is de vraag.
'Verbluffend.' Zo noemt de Amerikaanse generaal Petraeus de vondst van een groep bodemkenners. In de dorre Afghaanse grond zit volgens de Amerikanen ijzererts, kobalt, koper, goud en lithium. Van dat laatste worden batterijen voor mobieltjes en laptops gemaakt. Bij elkaar opgeteld zijn de grondstoffen ongeveer 730 miljard euro waard. En de Amerikanen vermoeden dat er nog veel meer in grond zit. 'Het ziet er heel, heel veelbelovend uit', zei één van de onderzoekers. 'Sterker nog, het is tamelijk onvoorstelbaar.' 'Dit is heel groot nieuws voor het Afghaanse volk', juichte een stralende woordvoerder van de Afghaanse president Karzai.
Ingewikkeld
Maar of dit sprookje goed afloopt, valt te betwijfelen. Het is namelijk erg ingewikkeld om alle grondstoffen ook echt naar boven te krijgen. Voor mijnbouw heb je veel water, energie en goede wegen nodig. Dat heeft Afghanistan niet. Het zal jaren duren voordat de delfstoffen echt geld gaan opleveren. En dan krijgen de Afghanen meteen te maken met het volgende probleem: de rijkdom kan voor nieuwe ruzies zorgen in het door oorlog verscheurde land. De kans dat het geld uiteindelijk terecht komt bij de arme Afghanen die het nodig hebben, is dus heel klein.
Let op: Reacties met onbehoorlijke taal of waarin e-mailadressen, telefoonnummers en adressen staan worden door Kidsweek verwijderd.