Dossier vluchtelingen

‘Bij elke golf kan het misgaan’

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Tako
Rietveld

Grote zorgen om jonge bootvluchtelingen. Steeds meer Afrikaanse kinderen en jongeren reizen in hun eentje naar Europa. Van de ruim drieduizend minderjarige bootvluchtelingen die dit jaar in Italië aankwamen, reisden er bijna tweeduizend alleen. Op Sicilië spraken we Ayuba (14).

De zon schijnt op het Italiaanse eiland Sicilië. Vakantiegangers liggen op het strand. Kinderen eten ijsjes, bouwen zandkastelen en zwemmen in zee. De zee waar deze week weer tientallen bootvluchtelingen verdronken. ‘Goaaaaaaal!!!’ Ayuba en z’n vrienden juichen. Terwijl de zon langzaam ondergaat op een zwoele zaterdagavond, voetballen zij op het strand. ‘Afrika tegen Italië’, lacht Ayuba.

Rustig
Het is niet voor te stellen wat deze jongen heeft meegemaakt. In september, toen hier het schooljaar begon, vertrok hij in z’n eentje vanuit Ivoorkust. Lopend, weggestopt in vrachtauto’s, tussen gewapende mannen. Door steden, woestijnen en oorlogsgebied. Maandenlang zat hij opgesloten in een loods bij Tripoli. Samen met tientallen, soms honderden andere vluchtelingen. In maart werd hij gered van een sloep op de Middellandse zee. ‘Het begon op 14 september 2014.’

Ayuba spreekt rustig en bedachtzaam. Hij wil graag zijn verhaal vertellen. Weet precies wat hij wel en niet wil zeggen. Niets over zijn familie. Zijn ouders, de broers en zussen die hij achterliet. Niets over zijn vertrek. Hoe hij aan het geld kwam om de reis te maken en wie hem de grenzen over smokkelde.

Mishandeld

‘We reisden van Ivoorkust naar Burkina. Van Burkina naar Niger en van Niger naar Libië. Dat was het ergst. Libië is gevaarlijk. Er is oorlog en geen president. En de Arabieren daar… Het zijn schoften. Zelfs kinderen van tien lopen er met pistolen. Kinderen van tien! Ze pakken alles van je af.’ Dertigduizend bootvluchtelingen kwamen dit jaar al aan in Italië. Nog nooit waren dat er zoveel in de eerste maanden van het jaar. Het zijn vooral jonge, volwassen mannen. Maar ook kinderen, en die groep wordt steeds groter. Ze zien geen toekomst in hun eigen land door armoede, geweld of oorlog.

Hulpverleners maken zich zorgen. Zoals Michel Prosperi van Save the Children. ‘Deze kinderen zijn enorm kwetsbaar. Onderweg worden ze mishandeld, afgeperst en vaak seksueel misbruikt. Sommige jongens in Libië worden gedwongen hun ouders te bellen. Terwijl ze huilend aan de telefoon zitten, worden ze net zolang geslagen tot hun ouders meer geld overmaken.’

Bang
‘Het is een hel’, zegt Ayuba. Hij staart voor zich uit. In Libië kwam hij zijn vrienden tegen. Bakary, Adama en Ismael. Met z’n vieren werden ze op de boot gezet. De meeste vluchtelingen kunnen niet zwemmen en zijn bang voor water. Op de grotere boten moeten kinderen onder in het ruim. Daar worden ze bijna altijd opgesloten. Ayuba en z’n vrienden werden op een grote sloep gepropt. ‘Het was een boot voor vier of vijf mensen. Wij zaten erop met 105. Ik was heel bang. Bij elke golf kan het misgaan. En niemand kan iets doen. Drie dagen waren we onderweg. We hadden niks te eten. Toen ging de motor kapot.’

Smokkelaars verdienen veel geld aan de vluchtelingen. Hoe meer mensen ze op hun boot stoppen, hoe meer het oplevert. Als de schippers de vluchtelingen naar Italië zouden brengen, worden ze natuurlijk meteen gearresteerd. Daarom brengen ze de boten op zee expres in de problemen. Volgens internationale regels moet een schip in nood geholpen worden. En zo werden ook Ayuba en z’n vrienden ‘gered’. Steeds vaker gaat het gruwelijk mis. Komt de redding te laat, of raakt een boot echt in de problemen. Bijvoorbeeld als iedereen naar één kant van het schip gaat als ze een andere boot zien.

Hoeveel schepen er zijn vergaan, weet niemand precies. Hoeveel doden er zijn gevallen is ook niet bekend. Maar iedereen weet dat het er meer zijn dan de tweeduizend officiële doden die dit jaar op de teller staan. Een triest record. Het zijn duikers die de lichamen naar boven halen. En de verdronken kinderen uit het afgesloten ruim moeten halen.

Eigen bed
‘Door God hebben wij het gered.’ Ayuba kijkt naar boven. Hij woont nu in een opvanghuis. ‘We hebben nu een kamer met tien personen. Allemaal een eigen bed. En drie keer per dag te eten. We gaan vier keer per week naar school. ’s Ochtends en ’s middags. Ik kan al een beetje Italiaans.’ De jongens hebben niets meer van hun oude leven. Geen koffer met spullen of foto’s. Hun nieuwe leven is begonnen toen ze de haven in stapten. Al beseffen ze dat nog niet helemaal. De jongens willen vooral werken. En geld verdienen. Het zijn stoere jongeren die veel hebben meegemaakt. Maar in Italië zijn ze volgens de wet gewoon kinderen. En daar moeten ze enorm aan wennen.

Ayuba heeft maar één droom. ‘Een diploma halen, een goede baan krijgen en een succes van mijn leven maken.’ De oranje bal stuift door het zand. De jongens rennen erachteraan. De Afrikanen met net zoveel plezier en passie als de Italianen. ‘We zijn allemaal mensen’, zegt Mamadou (19). Hij helpt jongens als Ayuba. Weet wat ze doormaken. Zelf vluchtte hij vier jaar geleden uit Senegal. Nu studeert hij. ‘Iedereen heeft zijn eigen koffer. Sommigen van jullie in Europa waren ook immigranten. We willen allemaal het beste. We moeten met elkaar leven.’ Langzaam gaat de zon echt onder. Ayuba tikt een bal uit zijn doel, schopt hem naar de andere kant en… Goaaaaaaal!

Meer lezen over het Europese vluchtelingenprobleem? In ons dossier vluchtelingen kun je al onze artikelen teruglezen.

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren

Gerelateerde Berichten