Het grote Tour de France-woordenboek

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Carolien
Plasschaert

‘De knecht stoempt zich het snot voor de ogen!’ Leuk hoor, dat wielrennen. Maar waarom gebruiken sportverslaggevers toch altijd van die onbegrijpelijke termen? Met dit woordenboekje bij de hand kun je hen moeiteloos volgen. Handig voor de Tour de France, die vandaag in Mont Saint-Michel begint. Er staan dit jaar vijftien Nederlandse wielrenners aan de start. Dat zijn er vijf minder dan in 2015. 

Chasse patate - Deze term heeft niks met friet te maken. Soms ontsnapt een renner uit de grote groep, om naar de groep die voorop fietst te gaan. Dat lukt niet altijd. Als je halverwege blijft hangen, ben je een chasse patate.  
Demarreren - Als één of meer wielrenners er plotseling vandoor gaan en het peloton verlaten.
Etappe - De rit die de renners op een dag fietsen.

Harken of zwemmen - Zit een renner er helemaal doorheen, dan gaat hij harken of zwemmen. Dat betekent dat hij wanhopig en lelijk aan het fietsen is terwijl hij eigenlijk niet meer kan.
Hongerklop - Fietsen kost een boel energie. Het is daarom belangrijk dat de renners genoeg koolhydraten binnenkrijgen. Krijgen ze dat niet? Dan volgt de hongerklop. 
Knecht - Dit is degene die niet fietst om zélf te winnen, maar om de kopman van zijn ploeg te helpen winnen. Zo zorgt hij voor het juiste tempo en haalt hij water.

Linkebal - Dat is een renner die de boel bedondert. Hij doet alsof hij niet meer kan, laat anderen in een kopgroep het zware werk doen. Uiteindelijk zet hij op het laatst weer aan en rijdt hij de harde werkers op het laatst voorbij.
Peloton - Dit is een grote groep wielrenners. 

Stoempen - Dit doe je op zware stukken, zoals in de bergen. Bij stoempen gaat het om kracht en doorzettingsvermogen en laat je je niet tegenhouden door zere benen. Dóórtrappen dus.
Snot voor de ogen rijden - De longen uit je lijf fietsen.
Telefoneren - Een renner die ontsnapt uit de kopgroep, en dit door zijn bewegingen vooraf al heeft verklapt.
Rode lantaarn - Dat is de laatst achtergebleven renner. Hij wordt op de hielen gezeten door de bezemwagenhet busje dat de renners ophaalt die zijn afgestapt en hebben opgegeven.

Surplacen - Eigenlijk is dit een beetje het plagen van de tegenstander. Het betekent dat je even stopt met trappen en balanceert op je pedalen, zodat je iemand anders dwingt om voorop te gaan rijden. 
Vals plat - Het lijkt een vlak stuk, maar de weg gaat toch ongemerkt omhoog. Zwaarder dan het lijkt dus!
Waaiers - Niets zo vervelend als flinke wind tijdens de koers. Waaiers zijn kleine groepjes renners die schuin over de weg rijden. Zo zoeken ze beschutting tegen de zijwind. De renner die de laatste positie in het groepje heeft, rijdt op het kantje. Dat is de minst fijne plek in de waaier.

Altijd op de hoogte blijven van artikelen die voor jongeren interessant zijn? Meld je aan voor onze gratis WhatsApp-dienst, download onze gratis app of neem een proefabonnement op de krant!

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren

Gerelateerde Berichten

Geen inhoud gevonden