Dossier IS

Kinderen met kalasjnikovs

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Cora
van der Weij

Bij de burgeroorlog in Syrië vechten kinderen en jongeren mee. Sommigen zijn nog maar dertien of veertien als ze in een trainingskamp belanden.

Dat zegt Human Rights Watch (HRW) deze week in een rapport. Daarin staan gesprekken met 25 kindsoldaten. Jongens zoals Majed (nu 16). ‘Sommigen kregen de taak zichzelf op te blazen’, zegt hij. 

Niet verrassend 
Het HRW-rapport heet Maybe we live and maybe we die, naar een uitspraak van Omar die op zijn veertiende begon te vechten bij Jabhat al-Nusra. Deze en alle andere Syrische oppositiegroepen maken zich schuldig aan het inzetten van kinderen, is de trieste conclusie van het rapport. Verrassend is het niet. In Syrië, dat al ruim drie jaar lijdt onder een heftige burgeroorlog, worden aan de lopende band mensenrechten geschonden. Schokkend is het wel, de inzet van kinderen aan de frontlinie. 
HRW hoorde er voor het eerst over in 2012 en besloot de meldingen over Syrische kindsoldaten te onderzoeken. De mensenrechtenorganisatie sprak met hulpverleners en dokters die gewonde kindsoldaten hadden behandeld. En ook met de jonge strijders zelf. Zij worden geronseld of melden zich zelf aan bij één van de rebellengroepen.

Zelfmoordaanslag 
Sommigen krijgen taken zoals het verzorgen van gewonden en het schoonmaken van wapens. Anderen moeten na een korte training meevechten. Of ze krijgen de opdracht een zelfmoordaanslag te plegen. Majed: ‘Dan zei de commandant “Allah heeft je uitgekozen”.’

Hoeveel Syrische kindsoldaten er precies zijn, is niet bekend. Sinds het begin van de opstand tegen Assad (2011) zouden er 194 kindstrijders, allen jongens, zijn omgekomen. HRW zegt dat het inzetten van kinderen onder de achttien een oorlogsmisdaad is en dat de rebellen daarmee moeten stoppen. De kans dat die daarnaar zullen luisteren, is nihil.

Saleh (17) vocht sinds zijn vijftiende bij drie verschillende rebellengroepen: ‘Toen ik vijftien was, heeft het leger mij opgepakt en gemarteld. Daarna sloot ik me aan bij het Vrije Syrische Leger. Ik zei dat ik 20 was. Ik heb op verschillende plekken gevochten. […] Ik wilde heel vaak stoppen. Maar ik was alles kwijt. School, toekomst. Ik zoek nu werk. Maar er is geen werk.’ 

Ayman werd kindsoldaat op zijn zeventiende: ‘Kinderen jonger dan vijftien brachten ons eten en munitie toen we bij Aleppo vochten. Er waren scherpschutters dus wij konden niet weg. Maar op de jongste kinderen schoten ze niet.’

Raed (17), was zestien toen hij zich bij IS aansloot: ‘IS kwam in mijn stad. Ik vond hun kleren mooi. Ze waren als een grote kudde. En ze hadden heel veel wapens. Dus ik besloot naar hun trainingskamp te gaan.’
 
Omar (16) was veertien toen hij bij een rebellengroep kwam: ‘We moesten om vijf uur ‘s ochtends opstaan om te bidden. Na het ontbijt kregen we les in omgaan met wapens, dan koranles, dan bidden en dan lessen hoe je zelf een bom kon maken.’
HRW heeft alle namen van de kinderen om veiligheidsredenen veranderd. 

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren

Gerelateerde Berichten