Recensie: De castraat

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Annemarie
Terhell

Als de Italiaanse Angelo en zijn zus plotseling wees worden, zwicht hij voor een aanbod van het conservatorium. Zijn zus wordt wasvrouw. Nadat hij de aanmeldingsformulieren heeft ondertekend, wordt hij wakker met een bloederig lapje tussen zijn kruis. Hij is ‘ontmand’.

Cijfer: 7-
Plus: mooi portret van Florence 
Min: zwakke psychologie, stijve taal

Verward wordt Angelo wakker op een slaapzaal tussen andere castraten, stuk voor stuk jongens met een engelachtige stem. Als hij wordt meegenomen naar de slaapzaal van de oudere ‘sopranisten’ kijkt hij zijn ogen uit: de oudere castraten zijn mismaakt. Hun groei is verstoord door de barbaarse ingreep. Ze zien er vreemd uit met hun langgerekte ledematen, kale kinnen en wonderbaarlijke stemmen. ‘Hoe moet dat straks met vrijen?’ vraagt Angelo zich verschrikt af. 

Solfège

Op het conservatorium wacht hem een compleet nieuw leven. Iedere dag ploeteren de jongens op zang, solfège en eindeloze stemoefeningen. Als castraat wordt hij ‘verhuurd’ om te zingen bij plechtigheden. Zo komt hij op een dag in contact met de adel. ‘Zing, mooie jongen!’ fluistert Prins Ferdinand na een begrafenis in zijn oor. Prompt wordt Angelo uitgenodigd aan het hof van de prins en krijgt hij een aanlokkelijk aanbod. Als hij erop ingaat zal hij zichzelf moeten verloochenen, maar kan hij zijn arme zus redden. Het is een duivelse keuze, die bijna niet te nemen is.
De castraat is een mooi verhaal over Florence in de Renaissance, een wereld waarin de kerk de scepter zwaaide. De setting is sfeervol, maar een minpunt is de houterige taal. Een aanbod van 75 florijnen heet ‘een vette worst’, een aantrekkelijk dienstmeisje is ‘zacht en rond als een rijpe peer’ en een schorre keel voelt ‘als een lap vlees die uren op het vuur heeft gestaan’ - geen beeldspraak waar je hart sneller van gaat kloppen. Ook de psychologie is zwak. Als Angelo als kleine jongen heeft deelgenomen aan een solozangcompetitie en de priester onverwachts thuis op bezoek komt, denkt hij: ‘Had ik iets verkeerd gedaan? Was ik vergeten te biechten?’ Zoveel onnozelheid strookt niet helemaal met de bijdehante houding die hij op andere momenten heeft. 

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren