Uitgezongen en uitgeblust

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Annemarie
Terhell

‘Je had wel dood kunnen zijn’, zegt de interviewer tegen Eva. In een opwelling heeft ze een oude vrouw van de spoorwegovergang geduwd en zo gered van een aankomende trein. Voor de buitenwereld is ze een held, maar zelf voelt ze er weinig bij.

Nederlands, biologie, wiskunde, geschiedenis en een tussenuur – zo zal Eva’s dag eruitzien. Met oortjes in fietst ze naar school, als ze de vrouw ziet staan. Eva denkt niet, maar handelt. De emoties komen pas later, als ze op de grond ligt en pijn voelt. Als ze bloemen krijgt van de schooldirecteur en zelfs gehuldigd wordt op het stadhuis. Moet ze trots zijn? Ze voelt zich vooral misplaatst. De bedankkaart die ze van de oude mevrouw de Graaf krijgt, is ook al zo vreemd. Er is meer aan de hand en Eva besluit de dame op te zoeken in haar tehuis.

Windjes laten

 Wat Ida de Graaf heeft bezield om buiten te gaan zwerven, lees je in losse fragmenten. Daarin denkt de oude dame terug aan haar leven als jong meisje, aan de liefdes die ze heeft gekend. Ze geeft je ook een kijkje in het benauwde tehuisleven met irritante en nieuwsgierige medebewoners. En ze overpeinst hoe ze is afgevlakt, ze voelt weinig meer. Aftakelen, een heup breken, windjes gaan laten of niet meer naar de wc kunnen: voor Ida de Graaf hoeft het allemaal niet meer. Het is mooi geweest, de film is klaar.

Afstand

 Intussen heeft Eva gedoe met vriendinnen, jongens, vakanties. Haar leven moet nog beginnen en dat vormt een groot contrast met dat van Ida de Graaf. Maar veel verder dan dat komt het niet. Ida en Eva blijven op afstand. Van elkaar en van de lezer. Hun lotgevallen en herinneringen zijn mooi in beeld gebracht, maar echte betrokkenheid voel je niet. Het slot komt daarom ook niet echt aan als een schok, het is gewoon iets wat gebeurt. Voor Eva betekent het niet meer dan een bezoekje aan de kapper. De wereld draait door.

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren