Lotte in alle Staten

22 (niet zo) aaibare beren

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Lotte
Stegeman

Voor m'n neus ziet het zwart van de beren. Beertjes, moet ik zeggen: de meeste zijn nog maar een paar maanden oud. Ik hoef me weinig zorgen te maken. In tegenstelling tot de negen beren die ik in het wild tegenkwam, zitten deze exemplaren veilig achter een groot hek.

Ze zien er sowieso nogal onschuldig uit. De pluizige bolletjes hangen aan de tralies, rollen over elkaar heen of liggen in een hoekje te snurken. Twee zitten er op hun billen naast elkaar voor zich uit te kijken. Het liefst zou ik dat hok binnenwandelen en ertussen gaan zitten. Maar dat kan ik schudden. En terecht.

Hoofdredacteur Lotte is op een lange reis. Samen met haar vriend Peter fietst ze dit halfjaar door de VS en Canada: een tocht van zo'n 11.000 kilometer. In de rubriek Lotte in alle Staten blogt ze over wat ze onderweg meemaakt. 

Maanden nadat we in Florida op bezoek waren gegaan bij schildpadden, pelikanen en andere 'zuidelijke' dieren in nood, stuiten we in het Canadese dorpje Telkwa op een tweede dierenopvang. Van een heel andere aard: in de Northern Lights Wildlife Society zitten overwegend ruigere types, zoals een lynx, bergleeuw en bruine beren dus. Heel veel beren.

Moeder kwijt
'Op dit moment hebben we er 22', zegt de Nederlandse Kim Gruijs (41), een van de vrijwilligers. Ze vertelt dat de piepjonge 'cubs', zoals jonge beren heten, bijna allemaal in de opvang zitten omdat ze hun moeder zijn kwijtgeraakt. Meestal omdat die door mensenhanden - al dan niet per ongeluk  - zijn gedood. Door (illegale) jacht bijvoorbeeld, of door ongelukken in de bos- en mijnbouw.

De beren zijn veel te klein om op eigen poten te staan, dus ze niet opvangen betekent vermoedelijk dat ze het niet overleven. In het centrum worden ze klaargestoomd voor een leven in het wild. Na zo'n anderhalf jaar worden ze uitgezet - voorzien van oormerk en liptattoo zodat ze in de gaten gehouden kunnen worden. 



Knuffelen
Je moet van steen zijn om de beren niet te willen knuffelen, als je ze zo ziet ronddartelen. En dan waren ze niet lang geleden nóg jonger en vast nog schattiger. Onweerstaanbaar toch? 'Als de beren piepjong binnenkomen, moeten ze nog flesvoeding krijgen. Dat is de drukste tijd van het jaar', vertelt Kim.

'We zorgen dan min of meer dag en nacht voor ze. Er zijn maar een paar verzorgers die de beertjes de fles geven, want ze mogen niet te veel wennen aan allerlei mensen om zich heen', legt ze uit. 'Je wilt dus wel lief voor ze zijn, maar ze te veel liefde geven is niet de bedoeling.'  

Spelen verboden
Als ze eenmaal vast voedsel eten, schuiven de verzorgers dat hun kooi binnen. Ze blijven zelf buiten. Sterker nog, als de beren met de verzorgers willen spelen, krijgen ze een tik. 'Ze moeten dat afleren, want je wilt dat ze later in het wild ook uit de buurt van mensen blijven. Natuurlijk krijgen we een band met de beestjes. Maar we weten dat ze weer weggaan en dat is maar goed ook. Rough love, zo noemen we het hier.'

Benieuwd wat Lotte nog meer meemaakt in de VS en Canada? Hier lees je meer!

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren