Blog

5 tips om een toets goed te maken

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Annemijn Groenveld
Annemijn
Groeneveld

Ken je dat: je kent alle stof perfect, maar de toets gaat rampzalig of - nog erger - je dénkt dat de toets heel goed ging, maar uiteindelijk blijk je een onvoldoende te hebben. Proefwerken maken is een ware kunst. Deze toetstips ben ik door vallen en opstaan (vooral veel vallen), te weten ben gekomen.

1. Maakt het jezelf comfortabel

Een goede voorbereiding is het halve werk, dus vul je etui met een paar fijne pennen, een geslepen potlood, een gum en eventueel een passer en geodriehoek. Dan hoef je je daar in ieder geval niet druk over te maken. Zorg daarnaast dat je comfortabele kleding draagt, het liefst in laagjes. Ik heb vaak genoeg gehad dat ik zwetend het lokaal verliet of juist met kippenvel op mijn armen een proefwerk aan het maken was. Vergeet ook niet voldoende te eten, want niemand (ook je klasgenoten) houdt van een knorrende maag. Eén van de belangrijkste dingen die ik afgelopen SE-week geleerd heb? Doe altijd een horloge om! Niets is zo storend als geen besef van tijd hebben.

2. Vraag genoeg papier 

Bij vrijwel elk vak is het handig om aantekeningen te kunnen maken. Bij geschiedenis kan je bijvoorbeeld voor jezelf een tijdbalk opstellen, bij de bètavakken formules opschrijven en bij talen de rijtjes. Als je een lang antwoord moet formuleren, is het handig om een aantal steekwoorden neer te pennen. Heb je niet zo goed geleerd, maar heb je de stof nog wel vlak voor de toets doorgekeken? Dan kun je, wanneer de toets begint, snel de informatie uit je kortetermijngeheugen noteren. Geoorloofd spieken dus!

3. Blijf ontspannen

Regelmatig merk ik pas wanneer ik het lokaal uit loop, dat ik verkrampt heb gezeten. Neem een goede zithouding aan, controleer zo nu en dan of je nog goed zit en schud als het nodig is tussendoor je schrijfhand los.

4. Gebruik een vaste methode om te antwoorden

Hoewel mijn economiedocent en ik het niet zo goed kunnen vinden, heeft hij me wel een heel nuttige les geleerd: beantwoord vragen altijd volgens een vast patroon. Namelijk definitie-uitleg/berekening-conclusie. Bij de bètavakken is de uitleg de berekening. Door met de definitie van het gevraagde begrip te beginnen, weet je zeker dat je in de goede richting zit. Vervolgens pas je de definitie toe op de gevraagde situatie en tot slot sluit je af met een concluderende zin. Bij vakken als geschiedenis en aardrijkskunde is het handig om je antwoord te beginnen met de vraag. Bij: ‘Waarom is de wereld rond?’ begin je met 'De wereld is rond omdat...'

5. Nakijken, nakijken en nog eens nakijken

De een maakt meer slordigheidsfouten dan de ander, maar iedereen heeft baat bij het controleren van zijn werk. Plan daar dus ook tijd voor in. Je kunt onnodige fouten makkelijk voorkomen door de vragen die je hebt overgeslagen duidelijk te markeren. Als je al bij het leren voor jezelf bedenkt waar je bij het nakijken op moet letten, kun je preciezer checken of je overal aan gedacht hebt. Mijn lijstje bestaat over het algemeen uit: leestekens (zoals accent aigu en dakjes), naamvallen, dt-fouten, vermelding van een euroteken bij economie, juiste afronding van getallen.

Toetsen maken is nooit leuk, maar hopelijk krijg je nu vaker het resultaat dat je verdient. Op naar het volgende proefwerk!

Annemijn is 15 jaar en zit op het Murmellius Gymnasium in Alkmaar. Naast (natuurlijk) blogs schrijven, besteedt ze haar vrije tijd aan hockeyen, fotograferen en lezen. Ook heeft ze een leasepony waar ze zo vaak mogelijk naartoe gaat. Al haar hele leven is ze bezig met schrijven, vroeger gewoon voor de lol en nu voor de schoolkrant.

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren