Blog

Bami-struggles in Hongkong

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Marjolijn
van Raaij

Ik houd níet van bami. Mijn ouders verklaren me voor gek. Ten eerste omdat bami volgens hen hartstikke lekker is, maar vooral omdat ik over precies zeven dagen verhuis naar het mekka van bami-liefhebbers: ik verhuis naar China.

Ik vertrek niet omdat ik klaar ben met de middelbare school of het gehad heb met de Nederlandse kou, maar omdat ik ben toegelaten op een United World College (UWC). Op zo'n school, gericht op vrede en duurzaamheid, komen jongeren vanuit de hele wereld samen op een van de vijftien wereldwijde colleges voor de laatste twee jaar voortgezet onderwijs. Tijdens de toelatingsprocedure had iedere school een soort magische aantrekkingskracht op me. Les midden in de Costa Ricaanse jungle, leven in een Harry Potter-achtig kasteel in Wales of wakker worden in een kustdorpje in Italië: alles was mogelijk.

Dictatoriale hel
Ik viel uiteindelijk als een blok voor de stad van dim sum, boeddhistische tempels en wolkenkrabbers: Hongkong. Na een overweldigend en langdurig selectieproces kreeg ik deze lente dan eindelijk het verlossende telefoontje. Ik kreeg een beurs voor twee jaar UWC, en tot mijn vreugde ook nog eens op het college van mijn voorkeur.

Het is een kostschool, maar het heeft niks te maken met de dictatoriale hel die je kent uit films. Geen kledingvoorschriften of verplicht rondjes rennen op de binnenplaats, maar avonden gevuld met muziek en poëzie en meer dan tachtig clubs om je bij aan te sluiten, van theater tot kanoën en van koraalduiken tot Latijns-Amerikaanse dans. Wél typisch kostschool: ik krijg drie(!) roommates en deel een badkamer met een stuk of vijfendertig meiden. Het tekort aan privacy zal vast even wennen zijn, maar ik kan niet zeggen dat ik me er zorgen over maak.

Bami-haat
Waar ik me wél zorgen over maak: wat zullen mijn schoolgenoten vinden van mijn diepgewortelde afgunst tegenover bami? Ik wil niet dat mijn bami-haat wordt geïnterpreteerd als gebrek aan respect voor de Chinese cultuur. Daar heeft het niks mee te maken, de cultuur vind ik juist geweldig. Het zijn de wokgroenten, melige deegsliertjes en plaksaus waar ik moeite mee heb.

Maar wie weet loop ik in mijn eerste week langs een eetkraampje in de wijk Kowloon en proef ik voor het eerst in mijn leven échte Chinese bami in plaats van de Hollandse Conimex-variant. Misschien is het wel een openbaring en loop ik de rest van mijn twee jaar rond in een ‘I love bami’-shirt. En als ik bami nog steeds niet lekker vind, dan kan ik volgens mijn reisgidsje altijd nog leven op een dieet van bubble tea en slangensoep.

Marjolijn (17) blogt het komende jaar over haar ervaringen op kostschool in Hongkong. Daarmee neemt ze het stokje over van blogger Rosemarie, die schreef over haar highschool-halfjaar in de Verenigde Staten.

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren