Blog

De nachtmerrie van elke scholier

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Annemijn Groenveld
Annemijn
Groeneveld

Als ik het lokaal binnenkom, zie ik meteen: het is weer zo ver. De tafels staan uit elkaar en de docent zit glimlachend achter zijn bureau.

Mijn handen beginnen te trillen. In paniek struikel ik bijna over mijn eigen benen. Als ik weer stevig op twee benen sta, dringt de geur van het angstzweet van mijn klasgenoten mijn neus binnen. Ik hoor iemand zachtjes vloeken naast me. De meesten bladeren zenuwachtig door hun boek. De persoon naast me grijpt mijn arm vast en vraagt met grote ogen: ‘Hoe heet de hoofdpersoon van het boek?’. Verdwaasd staar ik terug. Geen enkele hersencel is nog in staat normaal na te denken.

Foute boel

De Nederlandsdocent  staat op van zijn stoel. Nog steeds glimlachend roept hij: ‘OSO!’. Om zijn woorden kracht bij te zetten, wappert hij enthousiast met de toetsblaadjes in zijn hand. Er zijn een stuk of zeven open vragen op getypt.

Het is zover: een OSO, een onverwachte schriftelijke overhoring. Shit, shit, shit. Dat is foute boel.

Niet een huiswerk

Wanneer de blaadjes worden uitgedeeld, vraag ik aan een vriendin nog snel een paar moeilijke woorden, die ik zo onopvallend mogelijk op mijn hand schrijf. We hadden niet eens huiswerk, dus waar haalt-ie het vandaan een toets te geven? Als ik hem dat -in iets beleefdere bewoording- vraag, antwoordt hij met een pedante grijns dat hij toetsen mag geven wanneer hij maar wil. Het irritante is dat hij nog gelijk heeft ook.

Nog bevend van de adrenaline ga ik aan de slag. Voor mijn geestesoog verschijnt al een dikke rode één in Magister. Ik schrijf twee kantjes vol, waarvan ik vervolgens de helft weer tipp-ex. Op het moment dat de docent: ‘Nog vijf minuten!’ roept, glibbert mijn pen haast uit mijn bezwete handen. Tegen de tijd dat ik mijn blaadje inlever, ben ik high van de tipp-ex dampen en mijn hand doet pijn van het schrijven. 

Romijnen

Anderhalve week later krijg ik de toets terug: een 8,7. Was de OSO-stress toch nog érgens goed voor. Wel staat erbij: ‘Niet zo kliederen!’, met een pijl naar de tipp-ex die het halve blaadje bedekt. Ook staat er een dikke rode streep door het woord ‘Romijnen’, met daarnaast in blokletters ‘ROMEINEN!!’ (en dan te bedenken dat ik al vier jaar Latijn heb). Oeps!

Leerlingen hoeven er niet de dupe van te zijn dat de docent te weinig cijfers heeft voor het volgende rapport en daarom nog snel OSO'tje geeft. Naar mijn mening leer je niks extra's van een onverwachte toets omdat je er niet voor kán leren en alleen kan opschrijven wat je al weet.

Dus docenten: voorkom stress, spelfouten en tipp-ex-snuiverij en stop met OSO's. Ik zou er een stuk relaxter door het lokaal binnenkomen en als docent hoef je minder na te kijken. Win-winsituatie toch?

Annemijn is 15 jaar en zit op het Murmellius Gymnasium in Alkmaar. Naast (natuurlijk) blogs schrijven, besteedt ze haar vrije tijd aan hockeyen, fotograferen en lezen. Ook heeft ze een leasepony waar ze zo vaak mogelijk naartoe gaat. Al haar hele leven is ze bezig met schrijven, vroeger gewoon voor de lol en nu voor de schoolkrant.

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren

Gerelateerde Berichten

Geen inhoud gevonden