Hannah switcht van arm naar rijk

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Hannah van Draanen
Hannah
van Draanen

Twee weken na de start van het schooljaar lijkt de vakantie alweer eeuwen geleden. Om het leed wat te verzachten, scroll ik op mijn laptop nog eens door mijn vakantiefoto's. Ik ben twee keer op vakantie geweest: werken in Roemenië en zeilen bij Kroatië. Een groter verschil is ondenkbaar.

In Roemenië deed ik twee weken vrijwilligerswerk. Dat was gaaf, spannend, ontroerend, verdrietig, lachwekkend, moeilijk en inspannend tegelijk. In een Roma-dorp hadden we een pittige taak: zo'n 120 vieze, drukke, aanhankelijke, maar ontzettend lieve kinderen een paar hele mooie dagen te geven.

Juichende kinderen
Dat is gelukt, maar makkelijk was het niet. De kinderen renden schreeuwend en juichend op ons af en binnen vijf minuten had elke vrijwilliger minstens vier kinderen aan zich hangen. Ze wilden niets liever dan hun beide armen stevig om je heen slaan, maar ze waren viezer dan ik ooit had gezien. 



Toen een klein meisje, dat niet eens een onderbroek aan had, zich huilend in mijn armen stortte, kon ik niks anders doen dan haar stevig tegen me aan drukken en liefkozend over haar hoofd aaien. We gaven haar nieuwe broekjes, maar wel met de boodschap dat ze die goed moest verstoppen. Anders zou haar moeder het ondergoed verkopen om er drank van te kopen. En dat was lang niet het enige heftige verhaal. Aan het einde van de reis nam ik dan ook met tranen in mijn ogen afscheid van alle lieve kindjes, die nu weer alleen verder moesten in hun grote, boze wereld.

Luxe zeiljacht 
Nog geen twee weken later waren al die tranen alleen nog maar een vage herinnering ergens in de hoek van mijn hersenen. Ik lag in mijn bikini op het dek van ons gehuurde zeilschip en keek zuchtend naar mijn niet-zo-strandproof-buikje. Vervolgens draaide ik me weer terug op mijn buik en bedacht ik me, nippend aan een glas cola light, dat het wel weer eens tijd was om mijn kledingkast bij te vullen.



Hoe verder we de helderblauwe zee op voeren, hoe sneller ik vergat hoe gelukkig ik eigenlijk zou moeten zijn met mijn leven. Gelukkig met een goed gevulde buik, ouders die van míj houden in plaats van alcohol, een opleiding en daarmee een toekomst, een dak zonder gaten boven mijn hoofd, een warme douche, en zo kan ik nog pagina's doorgaan. Maar ik dacht er niet aan.

Te snel vergeten 
Hoe komt het toch dat wij zo snel vergeten dat we ontzettend blij moeten zijn met alles wat we hebben? Hoe durf ik eigenlijk nog te klagen over een lange schooldag, of het dat ik moet sporten om een chocoladereep er weer af te trainen? En hoe komt het dat, zelfs na een reis waarin ik armoede zó sterk heb ervaren, mijn leven als rijke westerling weer zo snel normaal is?

Inmiddels is de tweede schoolweek begonnen. Maar vandaag probeerde ik, terwijl ik kreunend mijn zware tas de trap op sleepte, het beeld van het huilende meisje in mijn achterhoofd te houden. Hoe ze haar armen om me heen klemde, hoe haar tranen plaatsmaakten voor een lach. Meteen voelt mijn tas een stuk lichter en zijn de trappen geen enkel probleem meer. 

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren