Blog

Het fenomeen dat puberteit heet

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Merel Pechtold
Merel
Pechtold

'En doe nou eens een jas aan!' Dat bevel was deze keer het druppeltje dat mijn Emmer der Frustratie liet overlopen. 'HET IS MIJN LEVEN!' was mijn enigszins ondoordachte en veel te overdreven reactie. Wat volgde? Een eindeloos lange discussie. 

Voor menig puber en puberouder zal bovenstaande dialoog geen nieuws zijn. Nee, zo is het lot met hormonale tieners en beschermende midlifecrisisouders in huis, en daar zal ieder zich naar moeten schikken. Helaas, dit fenomeen van de ouder-kind-discussies maken de sfeer in huis er niet bepaald gezelliger op. Maar is er iets tegen te doen?

Niet alleen in de strijd
Jongeren schijnen allemaal een natuurlijke drang te hebben om zich te verzetten tegen de ouderlijke macht. Eerlijk gezegd vind ik dat wel prima. Je krijgt het gevoel dat je niet helemaal alleen staat in jouw strijd tegen het altijd geldende gezag van vader en moeder. En het is eigenlijk ook wel lekker om je af en toe ergens helemaal tegen te verzetten. Beetje je frustratie kwijtraken.

Maar ja, voor de ouders is dit natuurlijk een tikkeltje minder gunstig. Al die jaren aan goede, beschermende opvoeding en een krijsende, verwende rebel is wat je er voor terug krijgt? Lekker dan. 

Geef ons ruimte!
Lieve ouders: de oplossing is naar mijn idee niet heel lastig. Geef ons, puberale verschijningen, alsjeblieft wat meer ruimte. De vrijheid kunnen wij heus wel aan. Want is dat niet waarvoor u ons al die jaren nauwlettend en liefdevol heeft opgevoed? 

Nee, wij weten best dat we van vreemde jongens in kroegen geen drankjes moeten aannemen, en nee, wij bevinden ons niet om middernacht in de donkerste steegjes van de stad. Want wij mogen dan wel onverstandige wezens lijken in jullie grote-mensen-ogen, van binnen zijn we écht al een beetje verstandig – en zelfs misschien wel enigszins volwassen. 

En ja. Gezien ik nu al vijftien ben weet ik héél goed wanneer ik wel of niet een jas aan moet doen. Dus als je me dat lekker zelf laat beslissen, komt het helemaal goed.

Laat het haar niet horen
Dat is wat ik zo allemaal zat te bedenken toen ik – te laat en zonder jas – op de fiets naar de tandarts racete. Een koude windvlaag sneed in mijn hals. Ik zuchtte een beetje en dacht: had ik nou maar een jas aangedaan. Maar laat mijn moeder dat maar niet horen. 

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren