tips eigen boek schrijven
Blog,

Met deze 5 tips schrijf jij 'makkelijk' je eigen boek

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Sietje
Piebenga

Prinsessen, kastelen, voetballers en dinosaurussen: allemaal onderwerpen waar ik vroeger graag verhalen over las. Ik vond het fascinerend en wilde ooit ook mijn eigen boek schrijven. Op mijn dertiende begon ik aan een thriller (die ik helaas nooit heb uitgegeven). Hier een paar tips de ik overhield aan mijn allereerste schrijfervaring!

1. Géén weekproject

Verwacht niet dat je in één week een heel boek kunt schrijven. Begin als je inspiratie hebt en schuif het werk aan de kant zodra je er hersendood van wordt. Schrijven is alleen leuk als je weet waarover je wilt schrijven en die momenten kun je niet forceren. Meestal schreef ik in het weekend een hoofdstuk en legde de boel dan weer aan de kant.

2. Laat je werk checken

Het is natuurlijk leuk als je zinnen allemaal goed lopen en er geen dubbele woorden in staan. Zelf lees je vaak over eigen fouten heen, laat daarom iemand anders naar je werk kijken. Zij kennen het verhaal immers nog niet en zien sneller wanneer een zin niet lekker loopt of als er woorden ontbreken. Mijn eigen hoofdstukken las ik bijvoorbeeld voor aan mijn moeder zodra ze af waren. Zij is erg goed met taal en schrijft veel voor haar werk. Haar kennis en hulp pak ik natuurlijk met twee handen aan.

3. Bedenk de titel op het einde

De titel van een boek is erg belangrijk. Deze hoeft niet meteen het plot van je complete verhaal te omvatten, maar er moet wel iets van een specifieke link met het verhaal zijn. Mijn tip is om de titel pas te bedenken als je verhaal af is: dan heb je een veel beter beeld van waar je boek over gaat en wat de lading van de titel moet zijn. Mijn titel werd uiteindelijk Wraak, geinspireerd door Mel Wallis de Vries. Achteraf gezien vind ik het een vrij nietszeggend woord.

4. Maak karakters persoonlijk

De hoofdpersonen in mijn thriller hebben allemaal bepaalde karaktereigenschappen van mijn vrienden of familieleden. Toen ik schreef, gebruikte ik deze eigenschappen onbewust. Nu ik op mijn verhaal terugkijk, is het erg leuk om bepaalde mensen uit mijn eigen leven te herkennen in de personen in mijn boek.

5. De zoenscène

Het beste idee wat ik ooit heb gehad, is om op dertienjarige leeftijd een zoenscène te schrijven: ik had nog nooit gezoend en heb dus alles maar een beetje uit mijn duim gezogen. Hilarisch om nu terug te lezen hoe ik alles heb verwoord. Als je zelf van plan bent een boek te gaan schrijven, schroom dan vooral niet om ook de ietwat pikantere delen op papier te zetten! Leuk voor later...

6. Eindexemplaar afdrukken

Mijn vader vond dat ik mijn boek naar een uitgever moest sturen. Ik wilde dat niet, deels omdat ik merkte hoe erg mijn schrijfstijl aan het einde was veranderd ten opzichte van de eerste pagina's. Ik vond het geen goede weergave van wat ik in huis had. Ik heb de tekst niet aangepast, omdat ik dat weer teveel moeite vond. Bovendien was ik ook wel een beetje klaar met het verhaal en de karakters. Wel besloot ik het verhaal één keer te printen. Een papieren versie met stevige kaft is zoveel leuker dan een digitaal document. Nu staat mijn boek te pronken in mijn kast tussen alle andere boeken. 

7. Geef je boek wél uit

Achteraf baal ik wel een beetje dat ik niets met mijn thriller heb gedaan. Ik vond het simpelweg niet goed genoeg, maar ik had mijn boek op zijn minst op kunnen sturen naar een paar uitgevers en hun antwoord af kunnen wachten. Een goed leermoment. Mocht ik ooit een tweede boek schrijven, dan ga ik er meer mee doen. Want ach, wat heb ik te verliezen. 

Sietje (16) is een ramp in het maken van keuzes en kan uren nadenken over een geschikte 'caption' bij haar Instagram-post. Ze is kind-aan-huis op de camping in Frankrijk en heeft haar mobiel standaard op 1% staan. Ze is daarnaast een fanatiek hockeyster en kijkt nú al uit naar het moment dat ze haar vwo-diploma binnen heeft en kan verhuizen naar Amsterdam. Lees hier meer van haar blogs.

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren