Blog

Zeven struggles van de lange vrouw

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Marisa Gubbels
Marisa
Gubbels

Ik ben 1.83 meter lang. Handig als je iets van de bovenste plank van de supermarkt moet hebben. Ook bij een concert komt het van pas, maar in veel andere situaties is het nogal onhandig.

1. Je maakt jongens onzeker

Soms zie ik het in hun ogen. Soms spreken ze het uit en vertellen ze me dat ze zich niet langer een zelfverzekerde, mannelijke man voelen. Ooit hoorde ik twee jongens over me praten in de trein: 'Zal ik haar aanspreken?', vroeg de één. Ik zag hem via de spiegel naar me wijzen. 'Ik heb haar zien staan en ze is twee koppen groter dan jij', zei de ander. 'Oh,' antwoordde zijn vriend, 'wat awkward.' Ik was blij dat hij me niet aansprak - ik kende hem niet, dát is pas awkward - maar het was wel vreemd om jongens op die manier over je te horen praten.

2. Je krijgt heel wat cliché-vragen

Ieder lang persoon weet waar ik het over heb: de cliché-vragen die mensen op je afvuren als ze je voor het eerst zien. 'Speel je basketbal?' (Nee, ik ben slecht in basically elke sport), 'Met jouw lengte kun je makkelijk model worden' (zelfs al was ik knap genoeg, dan nog ben ik te lang om model te zijn), 'Is het koud daarboven?' (Wat denk je zelf?), 'Wat éét jij voor je ontbijt?' (Eigenlijk niets, telt koffie?) en 'Wow, jij bent écht lang' (Echt, dat was me nog niet opgevallen!)

3. Je blokkeert ieders zicht

Tijdens de les, bij concerten of op festivals: de kans is groot dat er iemand vraagt of je even opzij kunt. Dat is niet zo erg, tot degene achter je wéér kleiner is. 'Ja, nu kan ík niets zien.' Vroeger voelde ik me daar altijd schuldig over, maar inmiddels heb ik geleerd om mijn schouders erover op te halen.

4. Je wordt nooit opgetild

Bij een festival op de schouders van je vriendje zitten. Onderdeel uitmaken van een piramide cheerleaders. Of als een echte ballerina opgetild worden door je danspartner. Dat is voor mij niet weggelegd. Ook achterop de fiets springen is onmogelijk zonder mijn vrienden in ademnood te brengen.

5. Je hoofd staat nooit op groepsfoto's

De meeste van mijn vriendinnen zijn 1.50 meter. Dat ziet er heel grappig uit als we naast elkaar lopen. Nog grappiger als we elkaar een knuffel geven. Maar minder leuk als er een groepsfoto wordt gemaakt en mijn hoofd er weer eens niet op staat. Ik maak inmiddels meestal de foto's.

6. Je kunt nooit hoge hakken aan

Hakken kunnen echt mooi zijn, maar even eerlijk: ik voel me zó ongemakkelijk als ik ze draag. Het voelt alsof dan iedereen naar me kijkt. Soms zeggen mensen me ook dat ik ze niet kan dragen. Dan heb ik trouwens juist de neiging om nog hogere hakken te kopen.

7. Je doet er even over voor je je lengte accepteert

Al sinds mijn dertiende ben ik zo lang. Dat vond ik toen echt niet leuk, mijn klasgenoten waren veel kleiner. Inmiddels zijn zij ook gegroeid en valt het lengteverschil mee. Maar het heeft even geduurd voor ik chill was met mijn lengte en alle bovenstaande struggles accepteerde. Ik kan er toch niets aan veranderen. Dat wil ik ook elk lang meisje meegeven: sta rechtop en accepteer wie je bent. Het leven is te kort om in te zitten over je lengte.

Marisa (16) schrijft al zo lang ze zich kan herinneren. Ze houdt van koffie, filosofie, van elk weekend met vrienden naar Amsterdam gaan. Ze leert dertien talen op Duolingo, maar maakt niks af, behalve blogs en artikelen - dat is het enige waarop ze zich écht goed kan concentreren. Later wil ze absoluut iets in met schrijven gaan doen: de journalistiek in, misschien?

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren