blog mening scholieren
Blog

Zijn Nederlandse scholieren te moe voor een mening?

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Marisa Gubbels
Marisa
Gubbels

Soms lijkt idealisme op verliefdheid. Een onbeantwoorde verliefdheid misschien, maar wel een intense. Hoop is het type liefde dat je onverwachts overvalt. Eén die je daarna niet meer kan loslaten. Ik ben een idealist: noem me blind, maar dat is wat liefde met je doet.

Er kloppen twee harten in mijn borstkas: de eerste voor de mensen van wie ik hou, de tweede voor de wereld om me heen. Vorige week stuurde een vriend van me een video door van een groep protesterende Chileense scholieren. Ze waren massaal hun lokalen uitgerend om hun stem te laten horen. Terwijl ze luidkeels meezongen met de teksten van een nieuwe band, verbrandden ze een vlag: jong en hoopvol idealisme. Mijn tweede hart zwol op. Gisteren, bij geschiedenis, zakte het in.

Onderuit gezakt

Tijdens die les had ik het filmpje van de Chileense scholieren nog in mijn hoofd. Terwijl zij hun lokalen uitrenden om te protesteren tegen de overheid, zakten mijn klasgenoten steeds dieper onderuit in hun stoel. Het was drie uur ‘s middags. Het lokaal was warm en de lucht was er droog. Het leek net Chili, maar dan gedemotiveerd.

'Die hele discussie over zwarte Piet boeit me niks', zei een jongen achterin. Op zijn laptop speelde een serie die ik niet kende: iets met zombies. 'Nou, het is best belangrijk'', zei onze lerares. Dat vond ik ook. 'We zijn te moe om een mening te hebben vandaag', antwoordde een meisje achterin. 'Ga een rondje joggen', reageerde onze lerares. 'Jullie moeten in beweging komen'.

Collectief ongehoorzaam

Ze had gelijk. Nederlandse scholieren moeten in beweging komen. Collectief ongehoorzaam zijn. Zo veel bewegen dat we onze lokalen uitrennen en ons uitspreken tegen onrecht. We moeten onze keel schrapen en onze stemmen inzetten voor het meisje dat naast ons zit in de les en geen bijles kan betalen. Voor de jongen die naast ons woont en wiens pad naar een Nederlands paspoort met zo veel struikelblokken bezaaid is dat hij blauwe plekken heeft. Voor het meisje met broze schouders, gebogen onder de lange lijst namen op de wachtlijst van jeugdzorg.

Ik dacht aan de Chileense scholieren. Aan het geluid van hun protest. Van hun woede, hun idealisme. In de klas was het inmiddels stil geworden. Onze lerares had het opgegeven. 'Wat zijn jullie een saaie klas', zei ze. Ik wilde zeggen dat we geen saaie klas zijn, maar een saai land. Nederland deed me denken aan een rijk kind dat met Sinterklaas niet weet wat het moet vragen, omdat het alles al heeft.

Tweede hart

We hadden, als jongeren, daar in dat maatschappijwetenschappenlokaal, dan ook een stuk minder te vragen dan de Chileense scholieren. Er is in Nederland geen hyperinflatie, het verschil tussen arm en rijk is hier nog geen vallei, maar een spleet. Toch vond ik het jammer, toen ik naar mijn klasgenoten keek, die les. Dat het ze niet uitmaakte. Dat ze genoegen namen met alles dat ze hadden. Dat ze niet eens iets immaterieels voor Sinterklaas wilden vragen. Sindsdien vraag ik me af waar hun tweede hart voor klopt.

Marisa (16) schrijft al zo lang ze zich kan herinneren. Ze houdt van koffie, filosofie, van elk weekend met vrienden naar Amsterdam gaan. Ze leert dertien talen op Duolingo, maar maakt niks af, behalve blogs en artikelen - dat is het enige waarop ze zich écht goed kan concentreren. Later wil ze absoluut iets in met schrijven gaan doen: de journalistiek in, misschien?

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren

Gerelateerde Berichten

Geen inhoud gevonden