Bij de tijd

26 februari: Sprookjesdag

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Malou
van Zwieten

Er was eens een meisje met een rood kapje en een huid zo wit als sneeuw. Ze viel in een put en belandde in een huisje vol stro, waar ze op een spinnenwiel onzichtbare kleren voor de keizer moest spinnen terwijl er zeven geitjes in zevenmijlslaarzen zongen dat niemand wist hoe ze heette. Zo ging het ongeveer. Toch?

Eens vermaakten mensen elkaar door verhalen te vertellen. In de duizenden volksverhalen, van mond tot mond overgeleverd, zat vaak een les verstopt of een wijsheid om over na te denken. Die verhaaltjes noemen we sprookjes, naar het Engelse woord ‘sproke’ dat ‘vertelling’ betekent. 

Pratende dieren
Koningen en prinsessen, heksen en tovenaars, boze stiefmoeders en niet zelden wat pratende dieren passeerden de revue. En natuurlijk allerhande betoverde dan wel vervloekte voorwerpen als een knuppel-in-een-zak, rode schoentjes of een bonenstaak.

Ze zijn altijd heerlijk moralistisch: hebberigheid, ijdelheid en andere zonden worden bestraft, maar lieve meisjes krijgen een gouden douche en dappere mannen trouwen met de prinses.

Geen naam
De meeste sprookjespersonages hebben trouwens geen naam: ze worden aangeduid met als oudste, middelste en jongste broer of heten bijvoorbeeld Klein Duimpje of Assepoester.

Wat een nostalgie! Weet jij nog hoe ze gaan, de sprookjes van Grimm of Andersen? Zoek vandaag, op Sprookjesdag, eens je favoriete sprookje van vroeger op. Of nog beter: vraag je docent Nederlands om een sprookjesles. Kom je mooi onder je SO uit!

Meer lezen over bijzondere en bizarre dagen? Klik hier voor het hele Bij de Tijd-archief.

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren