Harpist Lavinia Meijer: ‘Ik luisterde liever naar Metallica’

DEEL DIT ARTIKEL Facebook
Govrien Oldenburger
Govrien
Oldenburger

Met haar harp geeft Lavinia Meijer concerten over de hele wereld, maar op 24 mei staat ze in Theater Carré in Amsterdam. Ze speelt klassieke stukken, filmmuziek van onder andere Yann Tiersen en pop die ze bewerkte voor de harp. Van welke muziek houdt ze zelf het meest?

Luisterde jij als kind al naar klassieke muziek? 
‘Ik schreeuw het nooit zo hard van de daken, maar ik heb altijd een beetje moeite gehad met klassiek omdat ik het dan meteen moet analyseren. Ik vond het leuker om naar pop of alternatieve muziek te luisteren, zoals Metallica, Oasis en Guns ‘n Roses. Op schoolfeestjes werd dat vaak gedraaid, daardoor kreeg ik het mee.’   

Bewerk je daarom film- en popmuziek voor de harp? 
‘Ik ben klassiek opgeleid, maar het feit dat ik vroeger pop en rock luisterde, komt nu meer naar boven. Op dit moment experimenteer ik met iemand die elektronische muziek maakt: Arthur Antoine van jazzband Gare du Nord. Het gaat goed samen, elektronica en harpklanken. Op 24 mei sta ik in Carré en ik speel een deel van dat concert met hem samen. Het andere deel is solo met muziek van mijn nieuwe cd en oudere albums met muziek van Yann Tiersen, Philip Glass en Ludovico Einaudi. Ik probeer altijd een combinatie te zoeken van iets vertrouwds en verrassends voor mijn publiek en verschillende stijlen.’  

Wie is jouw publiek precies? 
‘Dat wordt steeds jonger en gemengder omdat ik in meer verschillende zalen sta. Vroeger stond ik vooral in klassieke zalen, waar een ouder publiek op af kwam. Tijdens mijn eerste sta-concert in Hengelo was ik bang dat er bierflesjes naar me werden gesmeten, of rotte eieren of zo, haha. Het tegendeel was waar. Het was waarschijnlijk het leukste concert ooit. Mensen stonden twee uur lang met volle aandacht te luisteren, heel bijzonder.’ 

Je experimenteert met pop maar nog niet met échte Katy-Perry-achtige pop of Metallica-achtige rock. Komt dat ooit nog? 
Dat is heel moeilijk. Als je eenmaal opvalt door een bepaalde stijl, word je er ook een beetje op vastgepind. Vanaf mijn vijftiende probeer ik de harp te promoten als solo-instrument. Veel programmeurs dachten dat je er geen publiek mee trok of probeerden me ervan te overtuigen dat ik met een violist of fluitist moest komen omdat het anders te saai zou worden. Een coach zei ooit: “Je moet je specialiseren in een stijl, wil je het maken in de muziekwereld.” Dat vond ik zo teleurstellend! Ik heb dat advies uit het raam gegooid. Ik wilde me juist breed oriënteren en vind samenwerkingen met artiesten met andere stijlen heel belangrijk.’ 

Wat is er leuk aan samenwerkingen?
‘Het maakt je altijd onzeker, maar je weet ook dat het van hun kant hetzelfde is. Zij denken waarschijnlijk: ik ga nu met een klassieke musicus spelen die alles heel goed weet. En ik heb dat andersom juist. Er is dus veel respect en dat is heel leuk. Doordat je erin gaat zonder al te veel verwachtingen, kan je je heel vrij voelen. Ik heb ook wel eens een project met dansers gedaan waarbij ik onderdeel was van de choreografie. Van die dansers leerde ik om met de ruimte om te gaan waarin je je bevindt, ook qua podiumpresentatie.’ 

Met wie zou je graag samenwerken? 
‘Ik heb pas Sting en Paul Simon in Ziggo Dome gezien. Dat vond ik wel heel leuk. En lange tijd was Dire Straits mijn favoriete band. En een van mijn favoriete popliedjes is Iris van Goo Goo Dolls. Daarin hoor je een mandoline, dat vind ik zo gaaf. Dat is een volksinstrument dat in een heel nieuw jasje wordt gestoken. Dat zou ik graag met de harp willen doen.’ 

Waaraan moet een nummer voldoen, wil je het kunnen bewerken voor de harp? 
‘Je moet het gewoon uitproberen. Ik heb pas Karma Police van Radiohead bewerkt. Eerst ga je goed luisteren naar het origineel en dan ga je het nabootsen, met speciale effecten erin. Aan het eind van het nummer gaat alles stuk en hoor je allerlei geweld. Dat doe ik ook op de harp: ik laat alles kraken en schreeuwen. Het uitdagende aan bewerkingen is dat je het echt moet bekijken vanuit jouw instrument en herontdekken. Het is een leuk creatief proces en lijkt bijna op componeren. Daarover gesproken: daar ben ik nu ook mee begonnen. Het staat nog in de kinderschoenen, maar laatst ben ik vanuit het niets gaan componeren. Dat stuk ga ik ook in Carré uitvoeren.’  

Is dat optreden leuk voor jongeren? 
‘Jazeker. Ik heb veel inspiratie gekregen doordat ik vanuit popconcerten ben gaan denken. Als je naar een artiest gaat die zijn eigen liedjes schrijft, vertelt diegene daar vaak iets over. Dat doe ik ook over de keuze van mijn stukken. Sommige lijm ik aan elkaar vast zodat het een reis wordt door de muziek, maar het is zeker niet ingewikkeld. Ik hoop dat er veel jongeren op af komen die lekker veel juichen en schreeuwen.’  

Benieuwd hoe dit interview verder gaat? In de nieuwe 7Days lees je de rest van dit gesprek. Heb je geen abonnement? Maak dan nu met ons kennis!

DEEL DIT ARTIKEL Facebook

Reageren